Cygnus olor of knobbelzwaan. Ze was het onderwerp van een driejaar durend project in de jaren ’90 van de vorige eeuw. Gefascineerd door deze ranke witte verschijning volgde ik een koppel zwanen gedurende een aantal seizoenen. Zo leerde ik hun teder, statig, sierlijk (behalve waneer ze opstijgen), maar bij tijden ook geweldadig gedrag kennen. De Engelse naam is mute swan – stomme zwaan -, maar ze zijn allesbehalve geluidloos. Ze knorren, sissen en blazen dat het een lieve lust is, en als ze vliegen maken hun vleugels een fluitend geluid (veroorzaakt door de wind door hun vleugelpennen).

Zwanen spelen een voorname rol in de geschiedenis, van fossielen in grotten via de Griekse mythologie, de kruistochten tot de legende van koning Arthur. Aristoteles, Plato en Socrates geloofden dat zwanen mooier begonnen te zingen naarmate hun dood naderde, wat aanleiding gaf tot de mythe van de zwanenzang.

Ze verzinnebeelden al eeuwenlang schoonheid, reinheid en sierlijkheid. Zelfs nu nog is de zwaan in westerse muziek en ballet een romantisch symbool voor vrouwelijke schoonheid.

De gestalte van een vliegende zwaan vormt eveneens het sterrenbeeld Zwaan dat in de zomer hoog aan de noordelijke hemel staat. Het sterrenbeeld heeft ongeveer de vorm van een kruis met de ster Albireo als kop, twee uitgespreide vleugels, en de ster Deneb, één van de sterren uit het Noorderkruis, in de staart.